Wereldkeuken

Waarom de Vietnamese keuken zo anders smaakt dan de rest van Azië

· 5 min leestijd

Stel je voor: een kom soep die tegelijkertijd licht en ongelooflijk complex is, afgemaakt met verse kruiden die je er zelf bij legt. Dat is pho, en het is het eerste gerecht dat de meeste mensen kennen van Vietnam. Maar pho is pas het begin. De Vietnamese keuken heeft een eigenheid die haar direct onderscheidt van de Chinese, Thaise of Indonesische keuken, en wie eenmaal begrijpt waarom, proeft nooit meer hetzelfde.

Frisheid als filosofie

Wat je direct opvalt aan Vietnamese gerechten: geen zware sauzen, geen vettige roerbakbasissen. De keuken is gebouwd op verse kruiden - koriander, munt, Thaise basilicum, citroenmelisse - die niet als garnering dienen maar als volwaardige smaakdragers. Waar veel Aziatische keukens de smaak tijdens het koken opbouwen, doet Vietnam dat op het bord. Goi cuon, de verse loempia's van rijstvellen gevuld met garnalen, noedels en een handvol kruiden, zijn het mooiste voorbeeld. Gedoopt in een nootachtige saus van hoisin en pindakaas, lijkt het simpel, maar de balans is precies goed.

Die filosofie van frisheid zie je ook terug in de manier van serveren. Grote schalen verse kruiden, sojascheuten en schijfjes limoen staan altijd op tafel. Je bouwt je eigen gerecht op terwijl je eet. Dat maakt Vietnamese maaltijden interactief en gezellig, vergelijkbaar met de Levantijnse traditie van gedeelde borden zoals je die ook kent van mezze.

Vijf smaken tegelijk in één gerecht

De Vietnamese keuken werkt met een principe dat je al gauw herkent: in elk gerecht moeten zoet, zuur, zout, pittig en umami aanwezig zijn. Dat klinkt als theorie, maar je proeft het direct in nước chấm, de veelzijdige dipsaus die bijna bij elk gerecht op tafel staat. Vissaus geeft het zout en de umami, limoensap het zuur, een schepje suiker het zoet, en een vogel-oog-chilipepertje de pit. Wie dit eenmaal doorziet, begrijpt ook waarom Vietnamese gerechten zo verslavend zijn: elk hapje raakt meerdere smaakzintuigen tegelijkertijd.

Nước chấm heeft bovendien iets van een allesomvattend recept: het varieert per regio, per kok en per gerecht, maar de logica blijft hetzelfde. Sommige koks voegen geraspte wortel toe, anderen knoflook of suikerrietsap. Het is een smaakmaker die je thuis op vijf minuten kunt maken en die tientallen gerechten meteen aantrekkelijker maakt.

Noord en Zuid zijn bijna twee verschillende landen

Vietnam is lang en smal, en die geografie heeft de keuken diepgaand beïnvloed. In het noorden, rondom Hanoi, is de keuken terughoudender: minder suiker, minder kruiden, puurder van smaak. Pho komt uit het noorden, net als bun cha - gegrilde gehaktballetjes en buikspek geserveerd met rijstnoedels in een lichte dipsaus. Anthony Bourdain at het samen met Barack Obama op een plastic krukje in Hanoi, en dat ene moment bezorgde bun cha internationale bekendheid die het al lang verdiende.

In het zuiden, rond Ho Chi Minh City, is de keuken anders: voller, zoeter, met Cambodjaanse en Chinese invloeden. Hier vind je gerechten met kokosmelk, meer suiker in sauzen en een grotere variëteit aan vleeswaren. Bánh mì, het baguettebroodje dat de Franse koloniale periode overleefde en er ver bovenuit steeg, komt uit deze streek. Een combinatie van charcuterie, zuurkool van wortel en daikon, jalapeños en koriander op één knapperig broodje - op papier onwaarschijnlijk, op de tong perfect.

De gerechten die je echt moet kennen

Wie verder kijkt dan pho en banh mi, ontdekt een heel repertoire. Cao lầu is een noedelgerecht uit Hội An dat nergens anders precies zo smaakt. Het eeuwenoude water uit lokale putten zou de noedels een unieke textuur geven, al valt dat moeilijk na te bootsen buiten de regio. Bún bò Huế is de pittigere variant van pho, met citroengras en garnalenpasta in de bouillon, afkomstig uit de centrale keizerstad Huế. En dan is er com tấm, gebroken rijst met gegrild varkensvlees en een gebakken ei, ooit het ontbijt van de Saigonse fabrieksarbeider en nu een streetfood-klassieker in de hele wereld.

Michelin zette de grootste Vietnamese klassiekers op een rij voor wie dieper wil ingaan op de regionale variaties en de herkomst van elk gerecht.

Waarom het ook nog eens gezond is

De Vietnamese keuken staat in meerdere voedingsonderzoeken bekend als een van de meest evenwichtige ter wereld. De nadruk op verse kruiden, gestoomd of gekookt vlees, rijst en rijstnoedels en het spaarzame gebruik van olie zorgen voor een gunstige voedingsbalans. Een kom pho bevat weinig vet maar veel collageen uit de langzaam getrokken bouillon, iron en proteïne. Goi cuon leveren vezels, groenten en eiwitten zonder gedoe. De keuken past goed bij een eetpatroon waarbij je wil genieten zonder je zwaar te voelen.

Dat verklaart ook waarom Vietnamees eten steeds vaker opduikt in steden als Amsterdam en Utrecht, ook buiten de klassieke Vietnamese restaurants. Streetfoodkramen, lunchrooms en zelfs cafetaria's bieden tegenwoordig bánh mì of pho aan - iets wat vijf jaar geleden nog heel anders lag. Net zoals de Koreaanse keuken een breed publiek vond, begint de Vietnamese keuken nu dezelfde opmars te maken.

Zo maak je de eerste stap thuis

Je hebt geen speciaalzaak nodig om de basis te leggen. De meeste Aziatische supermarkten verkopen vissaus (Red Boat of Tiparos zijn solide keuzes), rijstnoedels, rijstvellen en verse kruiden. Begin met goi cuon: makkelijk te maken, schaalbaar voor een groep en een ideale kennismaking voor mensen die nog weinig ervaring hebben met de keuken.

Wil je verder gaan? Maak nước chấm: drie eetlepels vissaus, twee eetlepels limoensap, één eetlepel suiker, fijngehakte knoflook en een halve chilipeper. Roer, proef, pas aan. Die vijf smaken herken je direct zodra de balans klopt, en dan begrijp je meteen waarom mensen zo op deze keuken verslaafd raken. Het vraagt geen exotische ingrediënten, alleen aandacht voor verhouding en versheid.

De Vietnamese keuken vraagt om geduld - niet voor het koken, maar voor het begrijpen. Eenmaal doorgegrond, zie je haar overal terugkomen: van de heldere fijnheid van pho tot de robuuste bite van bun cha. Ze bewijst dat licht en complex prima samengaan, en dat de beste gerechten soms het meest gevraagd worden na een lange dag.

B
Geschreven door Bram Willems Culinair redacteur

Bram is het type dat spontaan een restaurant binnenloopt op basis van hoe het ruikt van buiten, en dan twee uur later nog steeds aan tafel zit omdat het gesprek met de chef zo interessant was. Hij schrijft over gastronomie met het enthousiasme van iemand die oprecht blij wordt van een goede bouillon. Van koffiebranders in Rotterdam tot wijnhuizen in de Elzas, hij proeft alles en beschrijft het met een warmte die je doet verlangen naar een tafel voor twee.